Wandelen tussen gevallen bladeren
✍️ Auteursnoot
Deze reflectie ontstond uit enkele vroege ochtendschetsen, geschreven in het zachte licht van november — een maand die meer herinnert dan zij onthult. Natuur, herinnering en het stille ritme van de seizoenen hebben mijn leven in hoge mate gevormd. Bij het herlezen van deze gedachten wilde ik de zachte wijsheid vangen die november ons biedt: dat we niet alleen wandelen, en dat zelfs het vervagen van het jaar een stille belofte van vernieuwing in zich draagt.

Wanneer de dagen korter worden en het licht zachter, voel ik het ritme van het seizoen. Het leven beweegt immers op dezelfde cadans. Ik ben altijd een man van alle seizoenen geweest, maar de herfst heeft haar eigen stille bekoring — de schoonheid van het verval zonder wanhoop. Albert Camus verwoordde het treffend: “De herfst is een tweede lente, waarin elk blad een bloem wordt.”
November is een bijzondere maand.
Het is de maand waarin ik werd geboren — midden in de nacht, tijdens een sneeuwstorm aan de rand van een bos in Soestduinen. Het was oorlogstijd, al wist ik daar toen niets van. Mijn vader noemde het later, met een twinkeling in zijn ogen, “een goed wijnjaar.” Misschien had hij gelijk. November heeft voor mij altijd aangevoeld als een maand die dingen herinnert: geschiedenis, verlies, veerkracht, vernieuwing. Zij dwingt mij na te denken over eb en vloed van het leven. Tijd en getij wachten op niemand.
De natuur leerde mij al vroeg eerlijkheid.
Als kind vond ik eens een klein vogeltje onder een boom, koud en stil van de nacht. Mijn moeder en ik wikkelden het voorzichtig in een doek en begroeven het naast onze honden — op ons kleine dierenkerkhof. Het was mijn eerste les in de stille waarheid dat alles wat leeft ooit terugkeert naar de aarde. De seizoenen leren dat beter dan welke filosofie ook.
Wie een band met de natuur heeft, voelt dat november uitnodigt tot een bepaald soort wandeling — bij het eerste daglicht, tussen de gevallen bladeren. Ze zijn vochtig en verbleekt, maar nog altijd mooi. Wanneer ik ze opraap, denk ik aan wat geliefd is geweest en wat verwaarloosd. Herinnering gedraagt zich op dezelfde manier.
Op zulke ochtenden denk ik vaak aan mijn broer Felix.
Hij wandelde elke dag bij zonsopgang, en putte kracht uit het eerste licht. Nu denk ik aan hem wanneer ik zelf loop. Sommigen die mij dierbaar waren, hebben de tafel van het leven te vroeg verlaten — vóór het dessert, vóór de cognac, vóór het gelach van de laatste verhalen. Hun afwezigheid wandelt met mij mee in de novemberochtenden.
Dat is wat herinnering doet: zij loopt naast ons en herinnert ons eraan dat alle bladeren uiteindelijk vallen — en dat ook wij eens zullen vallen. Toch is november niet alleen een seizoen van melancholie; het draagt ook de belofte van een nieuw begin. De bladeren verbleken, de kleuren verzachten — maar onder het stille verval bereidt zich iets voor op de lente.
Wie in november wandelt, wandelt niet alleen.
Men wandelt met herinnering.
De winter nadert — het seizoen dat mij het minst lief is, al respecteer ik het — en opnieuw besef ik dat elk einde een stille kiem van vernieuwing in zich draagt.
William J J Houtzager, Aka WJJH, February, 2026
📌 Blogfragment
Wanneer november zijn zachtere licht en gevallen bladeren brengt, nodigt het seizoen uit tot een andere vorm van helderheid. Het is de maand van mijn geboorte, en misschien daarom komen herinneringen dichterbij. Wandelend bij het eerste daglicht tussen de vochtige bladeren denk ik aan hen die deze reis deelden, maar de tafel van het leven te vroeg verlieten. November leert zacht: verval zonder wanhoop, een einde dat toch de kiem van vernieuwing draagt. In dit stille seizoen wandelt men niet alleen, maar met herinnering.