De komst van de lente
✍️Auteurs notitie
De komst van de lente is een beschouwing over vernieuwing, herinnering en de stille volharding van het leven. Vertrekkend vanuit de eerste tekenen van de lente op een balkon, beweegt deze tekst zich via poëzie, schilderkunst en persoonlijke reflectie naar de vraag hoe dit seizoen verandert naarmate wij ouder worden. De lente verschijnt hier niet alleen als symbool van een nieuw begin, maar ook als een moment van herkenning: van wat terugkeert, van wat voorbijgaat, en van wat in de herinnering blijft voortleven. Onder de zachtheid van het seizoen ligt een overdenking van aanvaarding, vergankelijkheid en de blijvende gratie van het terugkerende ritme van het leven.

“De lente begint opnieuw;
Op dwaasheid volgt opnieuw dwaasheid.”
— Kobayashi Issa
De lente arriveert zelden met veel vertoon. Zij kondigt zich stil aan — soms al aan het einde van januari — wanneer de eerste narcissen verschijnen en de tulpen langzaam ontwaken uit de wintergrond. De natuur haast zich nooit, maar vergeet haar ritme evenmin. En wanneer zij zich meldt, wekt zij de zachte hoop op van een nieuw begin.
Dit jaar verschenen de eerste tekenen op mijn balkon, waar narcissen en tulpen zich begonnen te roeren onder het bleke winterlicht. Zelfs de New Dawn-rozen, die de koude wind hadden doorstaan, leken zich al op hun terugkeer voor te bereiden, alsof de natuur zelf ons eraan herinnerde dat volharding in het weefsel van het leven besloten ligt.
In de lente ontwaakt de wereld niet zozeer, als wel dat zij zich herinnert wat zij is. Het licht keert terug, de warmte trekt langzaam in de aarde, knoppen zwellen aan de takken en vogels hernemen hun plaats in de lucht. Samen vormen deze kleine veranderingen een stille choreografie, een ecologisch ballet, gedragen door het ritme van de seizoenen.
Voor velen leeft de lente het sterkst voort in de poëzie. Zij ademt door de regels van William Wordsworth, wiens Lines Written in Early Spring en beroemde narcissen het wonder van het seizoen vangen in een eenvoud die niets van haar frisheid verliest. Ook in de schilderkunst is de lente al lang een symbool van vernieuwing. Claude Monet schonk ons in Springtime een wereld van licht, bloesem en menselijke aanwezigheid, samengebracht in een moment van tedere vergankelijkheid.
En toch gaat de lente niet alleen over een nieuw begin.
Zoals Alexander Poesjkin ooit schreef: “Helaas, mijn lente en zomer zijn nu voorbij.” Maar Poesjkins lente is niet mijn lente. Ik ben de seizoenen anders gaan zien — misschien omdat ik, op mijn eigen manier, een man van alle seizoenen ben geworden.
Vernieuwing wekt in mij niet langer zozeer verlangen als wel een kalme aanvaarding. Ik aanvaard wat het leven mij heeft geschonken, in beide richtingen. De lente is voor mij gaan lijken op het proeven van wijn: zij haalt het beste naar boven, niet alleen in het seizoen, maar ook in onszelf, en onthult een diepte die alleen de tijd kan voortbrengen.
Misschien is de diepere waarheid niet dat wij bloeien voor onze eigen vreugde, maar dat wij slechts kortstondig bloeien en dat de vreugde in de herinnering blijft voortleven. Wat ten volle geleefd is, laat zijn spoor achter.
Wanneer ik aan de lente denk, denk ik ook aan Charles Baudelaire:
“Ik zal de lentes, de zomers en de herfsten langzaam zien voorbijgaan;
en wanneer de oude Winter zijn bleke gezicht tegen het venster drukt…”
In die regels schuilt zowel tederheid als onvermijdelijkheid. Ook Parijs heeft de lente altijd op zijn eigen wijze begrepen. Het licht keert terug langs de Seine, cafés openen hun terrassen en de stad lijkt opnieuw adem te halen na de grijze terughoudendheid van de winter. Schoonheid wordt weer zichtbaar — en juist omdat zij vluchtig is, des te indringender.
De narcissen op het balkon komen ieder jaar op zonder herinnering. Dat voorrecht hebben wij niet.
Wanneer ik aan de lente denk, denk ik ook aan die zachte gestalten die de herinnering niet geheel prijsgeeft — sporen van warmte, gratie en licht die ooit door het leven gingen en hun kleur hebben achtergelaten.
En misschien is dat genoeg.
Lenteregen —
alles groeit
mooier.
— Chiyo-ni
William J J Houtzager, Aka, WJJH, Maart, 2026
📌Blog Excerpt
De lente arriveert zelden met ceremonie. Zij kondigt zich stil aan — soms al eind januari — wanneer de eerste narcissen verschijnen en de tulpen langzaam ontwaken uit de wintergrond. De natuur haast zich nooit, maar vergeet haar ritme evenmin. En wanneer zij roept, wekt zij de zachte hoop op van een nieuw begin.