Het Internationaal Strafhof: Jettens eigen maatstaf
✍️ Auteurs notitie
De verdediging van het Internationaal Strafhof door premier Jetten bij de VN verdiende het applaus dat zij kreeg. Maar een beginsel krijgt pas werkelijk betekenis wanneer het ongemakkelijk wordt. Met die vraag in gedachten luisterde ik naar zijn toespraak.
—WJJH

“Because international law either works for everyone, or for no one.”
— Rob Jetten, toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN
Er zijn momenten waarop ik naar premier Rob Jetten luister en mij afvraag op welke planeet hij leeft. Tot voor kort was ik lid van zijn partij, D66, dus ik heb hem vaker horen spreken. Ik geef toe dat er op mijn eigen planeet plaats is voor een minderheid van één. Het zou er nogal druk worden als iedereen daar kwam wonen.
Dat gevoel bekroop mij opnieuw toen ik zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bekeek. Het was een samenhangende toespraak, en zijn verdediging van het Internationaal Strafhof verdiende het applaus dat zij kreeg. Het hof is gevestigd, zoals hij zijn gehoor eraan herinnerde, ‘in mijn land, in mijn stad’. Nu medewerkers van het hof worden geïntimideerd, deed een Nederlandse premier er goed aan te zeggen: ‘Handen af van het ICC.’
Toch vroeg ik mij af waarom die verdediging juist nu zoveel luider klonk.
Jetten verklaarde dat het internationaal recht óf voor iedereen werkt, óf voor niemand. Daar ben ik het mee eens. Het heeft alleen betekenis als wij bereid zijn de maatstaven die wij anderen voorhouden ook op onszelf en onze bondgenoten toe te passen. Anders dreigt rechtspraak een instrument van macht te worden, en de rechtszaal een volgende kamer in Wolf Hall.
Die test begon niet bij deze toespraak. In november 2024 vaardigde het Strafhof arrestatiebevelen uit tegen Benjamin Netanyahu en Yoav Gallant op verdenking van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. Sindsdien zijn het hof en zijn medewerkers het doelwit van een intimidatiecampagne. Nederland heeft het Strafhof gesteund met diplomatieke verklaringen en financiële middelen. Het zou onjuist zijn te doen alsof ons land niets heeft gedaan. Maar die verdediging klonk vaak terughoudend en ingetogen, terwijl de druk op het hof dat allerminst was.
Ik begrijp dat diplomatie soms het best werkt zonder microfoon. Toch was het verschil moeilijk te missen. Bij de VN vroeg Jetten hoe iemand zich kan verzetten tegen de vervolging van de ernstigste misdrijven. Dat is een uitstekende vraag. Zij wordt uitdagender zodra een hof onderzoek doet naar de leider van een land dat wij als bondgenoot beschouwen.
Juist dan wordt zichtbaar hoe sterk de verbondenheid van een regering met het internationaal recht werkelijk is. Zal zij de onafhankelijkheid van het hof verdedigen zonder zich eerst af te vragen of het onderzoek haar bevalt? Zullen staten die het gezag van het hof hebben aanvaard zijn arrestatiebevelen eerbiedigen, ook wanneer de verdachte politiek ongelegen komt? Warme woorden in de Algemene Vergadering geven op zichzelf geen antwoord op deze vragen.
Vervolgens sprak Jetten over Oekraïne en het voorgenomen Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf van Agressie tegen Oekraïne. De Russische invasie was een daad van agressie, en degenen die het besluit hebben genomen om deze te voeren, mogen niet buiten het bereik van gerechtelijk toezicht vallen. Het beoogde tribunaal moet een specifiek leemte opvullen: hoewel het ICC in Oekraïne oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid kan onderzoeken, kan het in deze zaak geen rechtsmacht uitoefenen over het misdrijf van agressie.
De moeilijkheid is zowel praktisch als juridisch van aard. Hoe zou zo’n tribunaal een zittende Russische leider voor de rechter krijgen? Wie zou een uitspraak uitvoeren? Die vragen maken het misdrijf niet minder ernstig. Ze laten wel de afstand zien tussen het uitspreken van een beginsel en de macht om het toe te passen.
Meer moeite had ik met Jettens verwijzing naar Neurenberg en Tokio als grondslagen van het ICC. Hij had gelijk wat hun nalatenschap betreft, maar die erfenis is ingewikkelder dan uit zijn toespraak bleek.
De geallieerden hadden de verslagen leiders kunnen straffen zonder proces. In plaats daarvan legden zij bewijsmateriaal voor, hoorden zij de verdediging en vestigden zij het beginsel dat individuen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor misdrijven die uit naam van een staat zijn gepleegd. Dat was een grote stap vooruit. Maar de overwinnaars schreven ook de regels, brachten de zaken voor de rechter en spraken het oordeel uit. Hun eigen handelen werd niet op vergelijkbare wijze aan toetsing onderworpen. Wie dit overwinnaarsrecht noemt, ontkent niet wat de processen hebben bereikt. Hij benoemt een beperking die wij niet moeten vergeten.
De Amerikaanse opperrechter Harlan Fiske Stone had grote bedenkingen bij Neurenberg. Met zijn harde omschrijving van het proces als een ‘high-grade lynching party’ waarschuwde hij voor het risico dat bestraffing door de overwinnaars wordt gehuld in de plechtige gewaden van onpartijdig recht. Men hoeft zijn oordeel niet volledig te onderschrijven om zijn bezwaar te begrijpen. De procedures waren van belang; de vraag wie de macht had om anderen te berechten eveneens.
Tokio roept vergelijkbare vragen op. De processen droegen bij aan het beginsel van individuele verantwoordelijkheid, terwijl de bezettende machten bepaalden welke daden en welke personen zouden worden onderzocht. Die spanning maakt deel uit van hun geschiedenis. Zij is geen hinderlijke voetnoot.
Daarom vind ik Jettens verdediging van het ICC tegelijk welkom en ironisch. Het hof is een poging om verder te komen dan tribunalen die na een overwinning worden ingesteld: een permanent instituut, gebonden aan vooraf overeengekomen regels, dat misdrijven kan onderzoeken zonder te wachten tot de ene partij de andere heeft verslagen. Het is een onvolmaakte poging. Het hof is voor zijn werk afhankelijk van staten en kan zich niet aan de druk van de macht onttrekken. Dat zijn redenen om zijn onafhankelijkheid consequenter te verdedigen, niet om het op te geven, aan de zijlijn te staan en in de steek te laten.
Jetten zei ook dat de geschiedenis ons leert dat conflicten alleen door gerechtigheid kunnen worden opgelost. Ik zou willen dat de geschiedenis zo’n eenvoudige les bood. Oorlogen zijn geëindigd door uitputting, onderhandelingen, nederlagen en ongemakkelijke compromissen. Gerechtigheid kan onmisbaar zijn voor een duurzame vrede, maar de aankondiging van een tribunaal vertelt ons nog niet hoe het sterven kan worden gestopt of fif ooit al plaatsvinden, en indien hoe een uitspraak zal worden uitgevoerd.
Misschien was dat wat mij tijdens het kijken het meest dwarszat. Ik hoorde beginselen die ik deel, met overtuiging uitgesproken, maar te weinig erkenning voor de momenten waarop die beginselen iets kosten. Het is gemakkelijk het internationaal recht te verdedigen tegenover een tegenstander. De werkelijke proef komt wanneer het een vriend beperkingen oplegt.
Indien Jetten meent wat hij bij de VN zei, heeft hij ons een maatstaf gegeven waaraan wij hem kunnen houden. Ik hoop dat hij eraan zal voldoen. Ik zou graag zien dat de premier en mijn planeet voor een minderheid van één zich op dit punt in hetzelfde universum bevinden.
Maar ik maak mij weinig illusies. Na vijf eeuwen westerse hegemonie betwijfel ik of internationale rechtspraak zich gemakkelijk aan de belangen van de machtigen zal onttrekken. Het ICC blijft het verdedigen waard. Maar zolang regeringen hun onafhankelijkheid alleen verdedigen wanneer het hen uitkomt, blijft internationale gerechtigheid meer dienstbaar aan het eigen belang: als een instrument van macht.
📌Blog Omschrijving
Jetten verdedigde het ICC bij de VN. Zal Nederland de onafhankelijkheid van het hof even krachtig verdedigen wanneer het een bondgenoot onderzoekt?